Eenmaal verwerkt is asbest met het blote oog niet te zien. Hoe kun je het dan opsporen?

De eenvoudigste en meest betrouwbare methode om de aanwezigheid van asbest in een gebouw te identificeren, is het beschikken over een asbestinventaris.
Dit document geeft een overzicht van alle asbesthoudende materialen in het gebouw, vermeldt hun staat van behoud en geeft aanbevelingen over hoe je ze veilig kunt beheren of verwijderen.

Wat doe je als er geen inventaris is?

  • Als er geen officiële inventaris is, kun je een aantal controles zelf uitvoeren, bijvoorbeeld met de app Alertvoorasbest (beschikbaar via Google Play of de Apple Store) of door op enkele belangrijke kenmerken te letten:

    Productiejaar

    Door bouwplannen, facturen, technische fiches of andere documenten van de fabrikant te bekijken, kun je het productiejaar van materialen of het gebouw bepalen.

    • Materialen geproduceerd tussen 1945 en 1998 kunnen asbest bevatten, met een piek tussen 1955 en 1985, toen asbest veel werd gebruikt.

    • Kunstleien aangebracht vóór 1990 en golfplaten vóór 1992 bevatten bijna altijd asbest.

    • Asbestvrije versies zijn meestal herkenbaar aan het label “N” of “NT” (New Technology) en aan de versterkingsstrook op golfplaten.
       

    Jaar van plaatsing

    De productie van asbestcement werd verboden in 1998, maar veel bedrijven gebruikten hun bestaande voorraad nog.
    Gebouwen die tussen 1998 en 2001 werden gebouwd, kunnen dus nog steeds asbesthoudende materialen bevatten.
    Controleer daarom liever het productiejaar dan alleen de datum van plaatsing.

     

    Structuur en uiterlijk

    Sommige visuele aanwijzingen kunnen wijzen op asbest:

    • Asbestcementmaterialen met een honingraatstructuur, vaak in meerdere lagen.

    • Aanwezigheid van “asbestbloemen” (witte vlekken of patronen) op asbestcementoppervlakken.

    • Gebroken of beschadigde materialen waarbij een vezelachtige structuur zichtbaar is met het blote oog.

       

    Vlamtest (niet aanbevolen voor particulieren)

    Als je een vlam bij een verdacht materiaal houdt:

    • Asbestvezels branden niet, ze gloeien alleen of lichten op onder de hitte.

    • Niet-asbestvezels branden of vallen uit elkaar.

    Waarschuwing: deze test mag alleen veilig worden uitgevoerd door professionals, omdat het gevaarlijke vezels kan vrijmaken.
     

    Een erkend laboratorium inschakelen

    Bij twijfel is het verstandig om een expert of een erkend laboratorium in te schakelen (een lijst is beschikbaar via de FOD Werk, Werkgelegenheid en Sociaal Overleg).

    • Een opgeleide professional kan vaak visueel herkennen of er asbest aanwezig is, zonder dat een laboratoriumanalyse nodig is.

    • Indien nodig zal hij of zij een veilig monster nemen van het verdachte materiaal voor analyse in een laboratorium.

    • De kosten voor een analyse liggen meestal rond de 50 euro.

  • De belangrijkste toepassingen van asbest

    Asbest werd lange tijd gebruikt in een groot aantal producten en materialen, vooral vanwege zijn isolerende eigenschappen, hittebestendigheid en duurzaamheid.

    Je kunt grofweg twee hoofdgroepen van toepassingen onderscheiden, afhankelijk van hoe de asbestvezels in het materiaal zijn gebonden:

    • Hechtgebonden (sterk gebonden) vormen

    • Los- of zwakgebonden vormen

    Hechtgebonden vormen van asbest

    In deze materialen zitten de asbestvezels stevig opgesloten in een bindmiddel (zoals cement of kunststof). Het risico dat vezels vrijkomen is dus klein, behalve bij beschadiging of bewerking (zagen, boren, schuren, enz.).

    Veelvoorkomende voorbeelden:

    Asbestcement (fibrocement): gebruikt in leien, dakpannen, golfplaten, plinten, vensterbanken, deurdrempels in marmerimitatie, valse plafondplaten, stijve dakisolatie, schoorsteenkappen, bloembakken, palen, water- en afvoerleidingen, regenpijpen, kolommen, vloeren, enz.

     

     

    Geëmailleerde asbestcementplaten: aanwezig op vensterbanken, gevels, muren van vochtige ruimtes, binnenwanden — soms zelfs in oude schoolborden.



     

    Kunststoffen met asbest: in stijve platen (bijvoorbeeld in elektriciteitskasten), maar ook in alledaagse voorwerpen: deurdrempels, plinten, vensterbanken, WC-deksels, kleppen of asbakken.

     

     

    Menuiserite: composietplaat van cement, asbestvezels en hout, vaak gebruikt onder daken of voor wanden.

     

     

     

    Afdichtings- en afwerkingsproducten: voegen, kit, verf, lakken.

     

     

     

    Vloerbedekking: vinyl-asbesttegels, lijm of tegels met asbest.




     

    Pleisters en stucwerk: pleisterlagen, gipsplaten of wandbekledingen met asbest, gebruikt binnen of op de gevel.

     

     

    Wrijvingmaterialen: remvoeringen, koppelingsschijven voor voertuigen, liften of machines.

     

    Los- of zwakgebonden vormen van asbest

    In deze materialen zitten de asbestvezels niet stevig vast en kunnen ze gemakkelijk vrijkomen in de lucht. Ze vormen daarom een veel groter gezondheidsrisico.

    Veelvoorkomende voorbeelden:

    Vezelkarton: stijve platen voor ventilatiekanalen, valse plafonds, keukens, rond verwarmingsapparaten of in elektriciteitskasten.

     

     

     

    Thermische isolatie: rond leidingen of ketels, vaak een mix van losse vezels, karton en een witte asbestpleister.



     

     

     

    • Platen voor valse plafonds.
    • Isolatie in oude elektrische apparaten: broodroosters, haardrogers, strijkijzers, enz.
    • Filters: in sommige afzuigkappen, vloeistoffilters of branderdoeken.

    • Geweven asbesttextiel: branddekens, brandwerende gordijnen (bijvoorbeeld in theaters), beschermkleding (handschoenen, schorten, jassen).

    • Touwen, vlechten en matten: gebruikt voor afdichtingen in ketels, ovens of kachels.

    • Gespoten asbest (flocage): fijne vezels op metalen of betonnen structuren om ze brandwerend te maken.

    • Los asbest: vroeger gebruikt als matten, kussens of losse isolatie in gebouwen.

    Aarzel niet om een bezoek te brengen aan ons asbesthuis. Bezoek de verschillende ruimtes van ons virtuele huis en ontdek waar u asbest kunt tegenkomen en wat u zelf wel of niet mag doen.