Als werkgever moet je zodra er een kans is dat werknemers in contact kunnen komen met asbest een risicoanalyse laten uitvoeren. Wordt daarin effectief asbest vastgesteld? Dan ben je verplicht om een beheersprogramma op te maken met duidelijke preventiemaatregelen om de blootstelling zo laag mogelijk te houden.

  • Voordat je iets kunt beslissen over maatregelen of beheer, moet je eerst weten waar het risico zich precies bevindt. Een goede analyse maakt daarom duidelijk op welke plaatsen in het gebouw asbest mogelijk aanwezig is. Daarnaast wordt nagegaan welke werkzaamheden dat asbest kunnen verstoren, en wat de mogelijke blootstelling is voor werknemers die er actief zijn. Pas als die risico’s in kaart zijn gebracht, kan je weloverwogen kiezen welke preventieve stappen nodig zijn.

  • Zodra er effectief asbest wordt vastgesteld, ben je als werkgever verplicht een beheersprogramma op te stellen. Dat is geen formaliteit, maar een essentieel document waarmee je de aanwezige risico’s opvolgt en onder controle houdt. In dat programma leg je vast welke preventiemaatregelen je neemt, hoe je het aanwezige asbest veilig beheert of – indien nodig – laat verwijderen, en wie binnen je organisatie verantwoordelijk is voor de opvolging.

    Het beheersprogramma moet actueel en bruikbaar zijn, niet iets dat in een map verdwijnt. Bij een inspectie moet je het kunnen voorleggen, en het document moet afgestemd zijn op de realiteit op de werkvloer.

    Kort gezegd: een goed beheersprogramma helpt je om asbestrisico’s niet alleen te signaleren, maar ook structureel aan te pakken.

  • Absoluut. Als werkgever – dus niet als eigenaar of verhuurder – moet je een asbestinventaris hebben voor elk gebouw waar werknemers actief zijn. Dat kan je:

    • zelf doen samen met je preventieadviseur,

    • of laten uitvoeren door een expert van een erkend asbestlabo.

    De inventaris moet vrij toegankelijk zijn voor je eigen werknemers én voor externe partijen die werken komen uitvoeren in het gebouw. Zo weet iedereen wanneer er risico is op blootstelling.

  • Dan moet je onmiddellijk preventieve maatregelen nemen, zoals fixeren, tijdelijk inkapselen of de ruimte verzegelen. Je mag het risico niet laten liggen.

  • De regionale externe directies van Toezicht op het Welzijn op het Werk voeren controles uit. Zij kunnen nagaan of je inventaris, beheersprogramma en veiligheidsmaatregelen in orde zijn.
    Naast de federale wetgeving gelden er extra verplichtingen per gewest. Die kunnen gaan van bijkomende meldingsplichten tot specifieke procedures voor verwijdering of rapportering.